Uitvaart 2 – Voorbeeld speech

Uitvaart - Voorbeeld speech

Lake - The Speech Factory

Op het station van Luik hield de trein naar Mersch in Luxemburg enige tijd stil. Opa vond dat dit een geschikt moment was om op het perron even de benen te strekken. Zijn spullen liet hij voor het gemak in de trein liggen. Wel had hij zijn onafscheidelijke alpinopet opgezet. Doodgemoedereerd kuierde hij het perron op en neer, handen op de rug. Af en toe schoot hij iemand aan, waarschijnlijk om in de geliefde Franse taal te kunnen spreken.

Vanuit het niets klonk een fluit en vrijwel direct zette de trein zich in beweging. Vanuit het raam zagen oma en de anderen opa op het perron staan; met enige verbazing keek hij naar de trein die zomaar zonder hem was vertrokken…..

Oma was niet bepaald onder de indruk, in de ruim vijftig jaar die zij met Jan getrouwd was, had zij wel meer meegemaakt. Oma reed door naar Mersch en wachtte daar op haar man. Ongeveer twee treinen later was het zover, opa stapte uit. Nadat hij in Luik besefte dat de trein toch echt zonder hem was weggereden, had hij een beambte van de Belgische spoorwegen aangesproken. In zijn beste Frans legde hij uit wat er was gebeurd. Jan Beekman stond zonder een cent op zak, zonder kaartje en zonder papieren op het station van Luik en moest naar Mersch, zijn vrouw achterna. Zoals zo vaak had hij het geluk aan zijn zijde: aan het loket kreeg hij een speciaal kaartje waarmee hij naar Mersch mocht reizen. Onder speciale begeleiding en met alle egards werd Jan Beekman in de trein naar Mersch gezet. De conducteur vond het zo’n aandoenlijk verhaal, dat hij Jan uitnodigde om in de eerste klasse plaats te nemen. Zo reisde meneer tenslotte als een vorst naar Mersch. Alsof er niets gebeurd was, vervoegde hij zich daar bij zijn vrouw. In het café tegenover het station werd een pintje gedronken op de goede afloop.

Dit verhaal kent talloze varianten. Allemaal zijn ze kenmerkend voor Jan Beekman, onze opa. Een man met een goedmoedig karakter. Een man die hechtte aan een vast ritme, maar tegelijkertijd niet wars was van een onverwacht uitstapje. Al dan niet door hem zelf bedacht of onbedoeld gecreëerd….

Het vaste ritme hield in dat opa klokslag 10 uur naar bed ging. Er moest wel iets heel bijzonders zijn, wilde hij daar van afwijken. Om half zeven stond hij op, zomer en winter. Vervolgens was hij in iets minder dan een half uur geschoren, gewassen en aangekleed. Dan stapte hij de achtertuin in en kuierde een kwartier heen en weer. Daarna naar de ochtendmis van half acht of naar de woonkamer, boven. In zijn vaste stoel, schuin bij het raam met uitzicht op de Kennemerstraatweg las hij de krant, weekblad de Tijd of een boek. Pas als oma even later uit bed kwam, verhuisde hij naar de eettafel, waar zij voor hem een boterham smeerde en thee schonk. Zo kwamen de dagen op gang.

Opa was erg gehecht aan zijn eigen kop en schotel, van groen glas. Hij dronk daar vrijwel alles uit: thee, koffie, wijn, likeur. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Tussen de middag werd er warm gegeten, met de Keulse zoutpot op tafel. Flauw eten, daar hield opa niet van. ’s Middags pakte hij geregeld de fiets, vaak ging hij even naar Alkmaar. Op de Laat liep hij dan steevast allerlei bekenden tegen het lijf, waarmee hij rustig een praatje maakte. Haast had hij nooit. Deze bekenden waren in mijn ogen vaak wat, laat ik zeggen, apart. Het was typerend voor opa: hij kon met jan en alleman goed overweg.

Voetballen, hutten bouwen, spelletjes doen, voor dat soort dingen moest je niet bij opa zijn. Wel voor boeken, lezen, een stad bezoeken. Waarbij aan elke kerkdeur werd gevoeld of deze open zou gaan. Opa hanteerde zijn eigen leeftijdsgrens als het om het nuttigen van een alcoholische consumpties ging. Met sommige dingen kon je maar beter tijdig beginnen. Wel onder toezicht uiteraard.

Net als toen in Luik, is opa uitgestapt. Even de benen strekken. Er komt alleen geen volgende trein meer…… een wagonlading aan herinneringen, verhalen en anekdotes zorgt ervoor dat we opa nooit zullen vergeten.